Verspilde (kern)energie


De dreiging van een nucleaire catastrofe in Japan maakt de tongen los over kernenergie. De Franse krant kopt dat er een historisch moment is aangebroken van nieuw besef van angst en gevaar. Op de Franse radio discussiëren de talking heads over de veiligheid in eigen land. Frankrijk heeft achtenvijftig kerncentrales. Daar kan niks aan veranderen. In onze streek heeft de kerncentrale in Pierrelatte recentelijk driemaal radioactief water gelekt en de geruststelling van toen zal nu wat groter aangepakt moeten worden.

De angst loopt door heel Europa. Poetin stelt de Russen gerust. Merkel zal de kerncentrales van voor 1980 sluiten. Nederlanders gaan demonstreren tegen Borssele twee terwijl het kabinet bevestigt dat de bouw gewoon doorgaat.

De onrust wekt bij mij een déjà-vu. Eind jaren zeventig, begin jaren tachtig van de vorige eeuw, vochten voor- en tegenstanders elkaar de tent uit over kernenergie. Bij velen zat de schrik er goed in. De paddestoel van Hiroshima stond op ons netvlies gebrand en het was juist de verbinding van consumentenenergie met de apocalyptische vernietigingswapens die ons deed huiveren.

Zoals gezegd, niet iedereen huiverde. Het ene volksdeel bevocht de angst van het andere volksdeel, zodanig dat het vraagstuk kernenergie menig verjaardagsfeestje bedierf en menige vriendschap naar God hielp. Hoe dat werkt, vertelde Tucholsky al vòòr de oorlog in zijn ‘Waar komen de gaten in de kaas vandaan’. Ik raakte voortdurend met anderen in zo’n kaasverhaal over kernenergie verwikkeld.

Daarom ging ik naar de bijeenkomst van de Brede Maatschappelijke Discussie Energiebeleid in mijn dorp. De BMD werd georganiseerd door het Kabinet Van Agt-Wiegel. Niet dat deze heren twijfels hadden over kernenergie maar het volk moest overtuigd worden van hun zekerheid dat kernenergie noodzakelijk was. De milieubeweging maakte zoveel tamtam dat er iets moest gebeuren om de Van Agt-Wiegel-democratie als ware democratie te bevestigen.

De bijeenkomsten vonden plaats in een gemeenschapscentrum. Het decor was gemoedelijk. Gastvrije thermoskannen koffie naast stapels hotelporseleinen kopjes nodigden uit tot praten in goed vertrouwen. Maar ik was nog jong genoeg om zenuwachtig te zijn. Het ging om penibele standpunten en ik zou onherroepelijk kleur moeten bekennen tegen andersdenkende bekenden.

De BMD trok, tegen mijn verwachting in, een smal publiek. Er zat een overdosis gemeenteraadsleden en leden van het CDA en de met hen verbonden plaatselijk partij. Daarnaast de schaarse leden van andere politieke partijen, plus drie of vier losse burgers en verder de mensen van de milieubeweging die voor velen de gekke Henkies van het dorp waren. Mensen praten nu over de allesbepalende verlinksing en liberalisering na de jaren zestig en zeventig, maar zij realiseren zich niet dat in die tijd, begin jaren tachtig, en op die plaats, in het Brabantse, het CDA en pragmatische plaatselijke partijen het complete politieke leven (en meer) in zo’n gemeente beheersten. VVD, PvdA, de toenmalige PSP werden gezien als te landelijk gericht, niet van de juiste nestgeur en de laatste twee zelfs extreem en superextreem in hun politieke opvattingen.

De BMD in dat knusse zaaltje werd dan ook gekaapt door ons kent ons. De losse burgers, de PvdA-er, de PSP-er, de geitenwollen sok mochten gereguleerd hun zegje doen en hun zegjes werden zonder reactie afgehamerd. Eigenlijk verliep de bijeenkomst zoals iedere raadsvergadering in het dorp. De wethouders, gewend aan hun gelijk in een onbreekbare stemmenverhouding van driekwart tegen een kwart, hielden lange betogen met elkaar. De vooruitgang mocht niet blokkeren door politieke ‘buitenstaanders’ die de dorpelingen niet begrepen. Zij, de wethouders, kenden hun dorpsgenoten persoonlijk. Het waren hun mensen. Zij, de wethouders, stonden voor hun mensen, voor wat hun mensen wilden.

Deze BMD werd mijn eerste politieke deceptie. Daar leerde ik dat belangrijke zaken niet beslist worden door het verstand, door onderzoek, door afwegingen.

De BMD heeft niets opgebracht. Het kernenergiedilemma bleef leven voor bepaalde politieke partijen en de milieubewuste mensen. Bij het volk zakte het weg. Onze kinderen hebben zich nooit druk gemaakt over kernenergie. Als ze al weet hebben van vroegere felle discussies, acties en demonstraties, behoren die tot de folklore van de naslepende zestiger jaren.

Nu moeten onze kinderen er toch aan geloven. Ze moeten erover nadenken. En dan horen ze de SGP-er die in een nucleaire ramp het door God verordonneerde einde van de wereld ziet. Ze horen de Telegraaf-reaguurder die zegt dat een kernramp minder erg is dan links in een regering. Ze horen de gouverneur van Tokio die de tsunami en de daaruit volgende kernellende een straf van God noemt voor de hebzucht van de mensen. Wat een vruchtbare gedachten! Dat belooft een verbluffende discussie.

Ik doe niet mee. Ik weet al hoe de discussie afloopt.

Ik kan u wel zeggen dat iemand op YouTube de tekst Radioactivity van de Duitse band Kraftwerk uitgebreid heeft met de naam Fukushima.

Advertenties

One Comment on “Verspilde (kern)energie”

  1. Jos schreef:

    Wees niet bang, kernenergie gaat er niet komen.
    Begin jaren 80 heeft het Centraal Planbureau al berekend dat een KWh uit een nucleaire centrale factoren duurder is als uit een conventionele centrale. Zwaar radioactief afval moet 100.000 jaar worden gescheiden van de biosfeer. In de praktijk houdt dat in dat elke 100 tot 200 jaar alle containers met dat afval in de zoutmijnen moet worden gecontroleerd en herverpakt naar nieuwe containers. Zelfs als we rekening houden met een nog te ontdekken nieuwe verpakkings technologie, blijft het probleem van de geologische stabiliteit van zout- of andere mijnen gedurende 100.000 jaar.
    Destijds was het bijna onmogelijk uit te rekenen hoeveel het ontmantelen van een gepensioneerde nucleaire centrale kost, puur giswerk. De laatste 10 jaar wordt het duidelijk dat die kosten steeds tegenvallen. Voor de energiemaatschappijen een reden om die centrales langer te laten draaien; “om een spaarpotje op te bouwen” voor de ontmanteling.
    Het blijft ergerlijk dat dit soort discussies in het openbaar altijd uitdraaien op onderbuik argumenten. Het bewijst wat mij betreft dat de politiek nog steeds niet de lange termijn kosten meeneemt. Op korte termijn is kernenergie goedkoper; geen CO2 uitstoot, installaties zijn goedkoop omdat ze zijn afgeschreven en de brandstofkosten zijn lager.
    De openbare discussies gaan over de emoties, de binnenkamer discussies bij het Ministerie van Economische Zaken gaan over de korte termijn opbrengst. Alleen als dit aspect wordt besproken kom ik naar de bijeenkomst.

    Like


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s