Nederlandse objectiviteit of: De strijd tegen Piketty


Het is geen herschikking van het heelal als er een nieuwe directeur-generaal bij het Centraal Bureau voor de Statistiek aantreedt. Toch trof mij het interview met de nieuwe baas Tjark Tjin-A-Tsoi (NRC 26 juli) ‘Wij doen niet aan politieke inkleuring’ is de kop van het interview. Tjin-A-Tsoi verduidelijkt: wij hebben geen meningen; wij brengen alleen feiten. Maar wij moeten, om onjuiste beeldvorming te voorkomen, de feiten objectief duiden.

Het wekt vertrouwen. Zo wil je dat instanties die de politiek technisch ondersteunen, opereren.

Mijn vertrouwen zakte echter toen ik las wat de nieuwe CBS-man antwoordde op de vraag aan welke discussie hij zich geërgerd heeft. Ik citeer: ‘Nou, ik vind dat de hele discussie over ongelijkheid, en het boek van Piketty, al snel heeft geleid tot beeldvorming die niet de lading dekt.’

Duidelijk. Met zijn boek ‘Kapitaal in de 21e eeuw’ schopt Thomas Piketty, een jonge, uitblinkende Franse econoom, de leidende economen en politici pijnlijk tegen de schenen. Piketty stelt dat rendement op vermogen (weer) sneller groeit dan de economie waardoor de vermogensverhoudingen en daarmee de inkomensverhoudingen van de 19e eeuw dreigen terug te keren. Ofwel: rijken worden steeds rijker omdat men met geld méér verdient dan met arbeid. Het kapitaal concentreert zich in de handen van vermogenden die het doorgeven aan hun erfgenamen.

De Nederlandse smaakmakende klasse houdt niet van deze nieuwe Marx die de cijfers laat spreken. In Nederland gelden zijn cijfers niet. Nederland kent een voorbeeldige inkomensgelijkheid, zegt men. En al die cijfers over zoveel procent bezit zoveel vermogen roepen alleen maar scheve gezichten op.

Precies dat laatste klopt niet in de discussie, volgens Tjin-A-Tsoi, bijvoorbeeld het cijfer: 20% van de huishoudens heeft 80% van alle bezittingen in Nederland. Ja, het cijfer klopt wel, het komt gewoon van het CBS maar het zegt niet alles, verklaart de nieuwe directeur-generaal. En dan zegt ie wat de meeste economen het liefste zeggen in de Piketty-kwestie: in Nederland zit de rijkdom grotendeels bij de ouderen. Jongeren moeten geld lenen om te studeren en hebben een hypotheek; ouderen hebben een afbetaald in waarde gestegen huis en geen kinderen meer te onderhouden.

Deze redenering slaat iedere genuanceerde analyse dood. Het is een onverantwoorde, vernauwende verklaring. Het suggereert dat mensen in Nederland economisch veel gelijker zijn dan ze werkelijk zijn. Het schept bovendien de illusie dat het petieterige Nederland een autarkisch eilandje vormt in de wereldeconomie, immuun voor de strapatzen van het grote kapitaal.

Dat kan niet zijn. De bankencrisis van 2008 en de daaruit voortkomende economische crisis hebben precies laten zien welke verdelingsrampen de kapitaalbezitters veroorzaken. Zij verdienden het geld met speculeren in de winsteconomie en zij verdienden evenzeer met de leningen in de crisiseconomie. De verliezen, van zowel het ene als het andere, zijn voor het voetvolk. De belastingbetalers moeten de banken vullen en steungeld investeren in private ondernemingen. Dit is dagelijkse politieke kost in Nederland.

De machinaties van het grote kapitaal hebben onze geroemde gelijkheid ook anderszins aangetast. De cijfers van Piketty tonen dat de jaren 60-70 van de vorige eeuw de grootste inkomensgelijkheid kenden in zijn onderzoeksperiode van 1791 tot 2010. Piketty koppelt dit aan de geest van nivellering tussen hoog en laag die inmiddels verdwenen is. Maar wellicht was die grotere inkomensgelijkheid vooral te danken aan de uitbreiding van publieke sociale voorzieningen en diensten. Nu wordt, met de afbraak van diezelfde voorzieningen en diensten de grotere gelijkheid in een sneltreinvaart uitgehold. De fundamentele gelijkheid dat elke burger zijn dagelijks brood en onderdak, zijn onderwijs, zijn ziekte, zijn ouderdom kan betalen, is nu voorbij. Die terugval is een onzichtbare verlaging van de prijs voor (lage) arbeid. Hier vinden we de schade van de ongelijkheid.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid stelde in het Piketty-geroezemoes de schadelijke gevolgen van ongelijkheid aan de orde. Onze economen en politici kwamen helaas niet verder dan ruzie maken over vermogensbelasting. Voormalig staatssecretaris Vermeend zegt daarover precies wat opportunistisch Nederland aanhangt: hogere vermogensbelasting is uit den boze. Hogere belastingen maken armen armer omdat rijken de belasting ontvluchten. Daardoor investeren de rijken minder en dat leidt weer tot minder banen.

Als de discussie over ongelijkheid blijft hangen in de chantage van de rijken, heeft geen enkele maatschappelijke discussie zin. Zeker niet die over Piketty.

Vermeend is overigens net zo wars van Piketty als Tjin-A-Tsoi.

Want Piketty maakt grote fouten, zegt goedlachse Willem. Piketty heeft het over een kleine, oude elite met oud geld, de renteniers. Nieuwe rijken zijn anders; die steken hun geld meteen weer in innovatieve ondernemingen. Zij zorgen voor groei. En, aldus Willem, de wereld wordt niet beheerst door de factor kapitaal maar door de factor arbeid.

Is dit de beeldvorming die de nieuwe CBS-baas bedoelt? Dekt deze redenering de lading van onze economische situatie waarin de arbeidsprijs daalt en banen zorgelijk afnemen ondanks de (weliswaar beperkte) groei? Moeten wij dit soort praatjes zien als feiten, als meningen of als een gepolitiseerde draai naar gewenste werkelijkheid?

Ik kies voor objectiviteit. Volgens mij is Piketty mijn man.

 

Advertenties

2 reacties on “Nederlandse objectiviteit of: De strijd tegen Piketty”

  1. Joke Mizée schreef:

    “Maar wellicht was die grotere inkomensgelijkheid vooral te danken aan de uitbreiding van publieke sociale voorzieningen en diensten.”
    En daarnaast was er toen een ander, meer nivellerend belastingstelsel. Sinds de jaren ’80 werd vermogen steeds minder belast en arbeid meer, en de IB-taks werd steeds vlakker. Daar is Vermeend trouwens zelf bij betrokken geweest.

    In de docu Inequality for All wordt aan de hand van de gegevens van Piketty & Saez helder uitgelegd wat kenmerkend is voor de periodes met meer en minder gelijkheid: http://inequalityforall.com/. Daaruit komt naar voren dat het beslist geen natuurverschijnsel was, maar het gevolg van een bepaalde belastingpolitiek. Volgens de makers is vooral koopkracht belangrijk als motor voor de economie, ook omdat mensen dan geld hebben voor hun persoonlijke ontwikkeling. Als je dat afknijpt krijg je een neerwaartse spiraal. De 2 momenten waarop in de afgelopen eeuw de ongelijkheid op z’n hoogst was, was allebei de keren vlak voor het uitbreken van een grote crisis.

    Like

  2. reinjohn schreef:

    Er zijn, denk ik, veel dieper liggende redenen, dan de steeds weer genoemde oppervlakkige economische redenen, ter verklaring van het feit dat binnen een kapitalistisch systeem de rijkdom, de vermogens, zich steeds sterker plegen te concentreren in handen van een kleine economische elite. Het voert veel te ver om hier op deze dieperliggende redenen in te gaan. Je zou hele boekwerken moeten schrijven en diepgravende studies moeten verrichten om ook maar enigszins duidelijk te maken wat er nu werkelijk aan de hand is. Een puur economische verklaring is eigenlijk geen verklaring maar slechts een omschrijving van bepaalde symptomen. Het is zelfs de vraag of “economische wetenschappen” überhaupt wel het predicaat “wetenschap” verdienen. In ieder geval schiet het in deze als, wetenschappelijk verantwoord, verklaringsmodel schromelijk tekort.

    Like


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s