Dushi Kòrsou


IMG_1319Het messcherpe licht van Curaçao is een opbeurende afwisseling van het Nederlandse wintergrijs. Curaçao showt zich zo Caraïbisch als het maar kan met de kleurtjes van Willemstad, immense cruiseschepen in de haven, bountystranden met zwemmers en duikers, hoge palmen, kunstige cactusformaties langs de wegen en tegen de heuvels op het platteland. Dit is dushi Kòrsou, het geliefde zoete eiland in de blauwe zee waar de dagen warm voorbij slenteren ook al is het regentijd.

Op dushi Kòrsou hoeven we niet over Zwarte Piet te bekvechten, zegt de vrouw van mijn oud-leerling en vriend. Het verbaast me en het verbaast me niet. Ik weet dat het trauma van slavernij verschillend wordt beleefd in Suriname of in Curaçao of als Surinamer/Curaçaoënaar wonend in Nederland.

In Curaçao ligt het verhaal niet op de tong. Het zit van binnen en daar blijft het. Meestal tenminste. Sommigen, zoals mijn vriend, praten erover omdat het hun familiegeschiedenis raakt, omdat het hun strijd voor een beter leven heeft gevoed. Maar algemeen hangt er een waas van schaamte over de kwestie; schaamte die de associatie met vernedering verraadt.

Twintig jaar geleden liet mijn vriend die associatie zien. Hij wees me erop dat het slavernijstandbeeld ver in het havengebied was weggestopt, los van het alledaagse gedruis en het vrolijke toerisme. Intussen is het beeld verplaatst maar precies zoals twintig jaar geleden vond ik geen enkele ansichtkaart van dit beeld.

Ogenschijnlijk wordt in het heden van vandaag de slavernijgeschiedenis niet weggestopt. Er is het prachtige Kurá Hulanda Afrikamuseum waarin de trans-Atlantische slavenhandel en de plaats van Curaçao daarin, degelijk en fraai is uitgebeeld. Dit museum is het werk van een Nederlandse zakenman en filantroop. IMG_1324Mijn vriend wilde zeven jaar geleden dit museum niet bezoeken. Of dat aan de ‘Hollandse makelij’ ligt weet ik niet. Wel weet ik dat mijn vriend ook niet het later gerestaureerde landhuis Knip, het plantagehuis van de slaaf Tula, heeft bezocht. En dat terwijl hij mij de geschiedenis van Tula vertelde, ook lang geleden en ver voordat er over Tula een film werd gemaakt.

Dit keer zag ik het landhuis Knip of Kenepa voor het eerst als Tula Museum. Op deze plantage ontstak de heroïsche slaaf Tula in 1795 de eerste slavenopstand van Curaçao. Hij wist vele medestrijders op de been te krijgen ook op een naburige plantage. De punten van de strijd zijn door Unesco op het eiland gemarkeerd met een witte zuil waarop een hand met losgebroken boeien.IMG_1325

Het uitzicht vanaf de grote achterveranda over het heuvelachtig leeg Christoffelgebied met ondoordringbare doornige begroeiing en boomhoge cactussen confronteert misschien nog pijnlijker dan de slavenherinneringen op de zolder van het huis dat doen. Veel is er niet al blijft het schokkend om te zien hoe mensen te koop stonden, hoe slaveneigenaars mensen als eigendommen in registers inboekten en mensen met advertenties achtervolgden als ze weggelopen waren.

Tula’s beeldje is het hart van de uitstalling zoals hij ook de icoon is in het KunuKu-huisje museum. In dit museum staat Tula’s afbeelding manshoog tussen Afrikaanse voorwerpen om de band tussen Afrika en Curaçao uit te drukken. Dat zegt de vrouw die ons rondleidt. Die band is belangrijk maar de mensen praten niet graag over slavernij, voegt ze er aan toe. Over Tula, ja, want hij is een held. Dat is The Rebellion.IMG_1323

Als vermeende verlichte westerling valt de besmuikte ambivalentie over doorstane slavernij moeilijk te vatten. Ik weet nog precies de opgewonden verontwaardiging die ik voelde toen ik ‘De hut van Oom Tom’ las als keurig Oud Goud kinderboek. Dat verhaal verpletterde toen alle kwezelachtige missiepraatjes op school en in de kerk en het veranderde mijn blik op de wereld.

Er zit iets cynisch in de verhoudingen tussen zij en wij. Wij, de erfgenamen van de W.I.C. met haar langdurige slavenhandel op Curaçao spreken open en bloot over een afzichtelijk drama. Zij, de erfgenamen van de ontmenselijking (Dickens noemt slaven: mensenvee) verstoppen de geschiedenis om niet de schaamte te hoeven lijden die onherroepelijk het kleed van de vernedering wordt.

Alleen de echte, een gecompliceerde werkelijkheid kan zo’n paradox in stand houden. Is het omdat je met het verzwijgen van het ene zoveel andere pijnlijke dingen kunt verzwijgen? Met name: de moeizame gang om na slavernij en koloniale overheersing een eigen, redelijke, economisch evenwichtige rechtsstaat te worden met gelijkheid en toekomst voor iedereen?

Of vrezen Curaçaoënaars dat een lelijke historie hun dushi eiland besmet? Kunnen we het niet beter omdraaien? Dushi is het eiland waar de mensen hun eigen slavernij hebben overwonnen. Dat houdt de toekomst open.

Advertenties

One Comment on “Dushi Kòrsou”

  1. Rob Alberts schreef:

    Bij toeval bezocht ik Bonaire.
    Ook de slavenhuisjes bij de zoutpannen bekeek ik van binnen.

    Maar bij thuiskomst schreef ik er het volgende blog over:
    https://robalberts.wordpress.com/2014/06/20/vlijmscherpe-scheidslijnen-op-bonaire/

    Vriendelijke groet,

    Like


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s