Participatie-verblinding


In de wandeling, bij de koffie, aan de borrel hebben we het tegenwoordig nogal eens over de participatiemaatschappij. Maar meestal gaat dat niet te diep, mag het niet te theoretisch zijn. Dat is jammer. Want de participatiemaatschappij als middel om een ‘beperkte’ staat te creëren, is op dit moment misschien wel de principieelste kwestie tussen het volk en zijn bestuur. Het is niet denkbeeldig dat die politieke ingreep ooit eens een stevige parlementaire enquête oproept. Immers het gaat om de vraag of mensen willen dat de staat zich aan (bijna alle) sociale taken onttrekt en tegelijkertijd regels stelt (en ambtenaren aanstelt) om die taken weg te organiseren naar vrijwilligers, (commerciële) liefdadigheid en commerciële ondernemingen.

Aan de basis van die vraag ligt een nog fundamentelere vraag. Kan een beschaafde, moderne Staat een politieke eenheid vormen zonder collectieve sociale bemoeienis? Ik hoor daar nooit iemand over. Onze politieke eenheid wordt schijnbaar alleen bepaald door economische parameters.

Ook het toetsen aan geschiedenis is geen aandachtspunt. Toch zou het de moeite zijn om te onderzoeken waarom in de twintigste eeuw sociale zorg en publieke diensten noodzakelijk leken terwijl die in de eenentwintigste eeuw bij het groot vuil worden gezet of tot winstverwachtende bedrijven worden omgebouwd. En nog een andere vraag zou je kunnen stellen. Begon de moderniteit niet met humanistisch en sociaal bewustzijn en het besef dat te moeten beschermen?

Politici goochelen serieuze dilemma’s weg in flutterige, morele praatjes. Mensen moeten minder egoïstisch zijn, voor elkaar zorgen; echte sociale verbinding uitvinden. Alle verwennerij moet haastje-repje de wereld uit.

Deze opgeheven vingers slaan serieuze gedachtewisselingen over echte en valse participatie morsdood. En zo vinden we elkaar, zoals gezegd in de wandeling, bij de koffie, aan de borrel, nog het meest in verontwaardiging over losse gevallen. Dan klagen we over een oude vrouw die uit een tehuis wordt gezet. Een psychiatrische patiënt die toevlucht moet zoeken bij een familielid. Een gehandicapte die iemand moet ritselen om te helpen met aankleden.

Soms, hoewel ik vrees steeds vaker, komt de verontwaardiging dicht bij je bed.

Zoals bij mij. Onder de koffie met verjaardagstaart scheerde het ingewikkelde leven van een verwante over de tafel. Je wilt haar geen geval noemen. Ze voelt zichzelf per se niet gehandicapt. Zoals ze zelf zegt, ze zou zich pas gehandicapt voelen als ze niet met haar handicap kon functioneren en ze functioneert als een kampioen.

Maar toch: deze vrouw van 46 is volledig blind en woont met haar geleidehond en haar kat zelfstandig in een huis. Ze heeft gestudeerd toen ze nog niet volledig blind was. Nu ze dat wel is, werkt ze niet meer in haar eigen beroep als maatschappelijk werkster maar geeft les in het aanpassen van computerprogramma’s voor blinden en slechtzienden. Ze verdient, bescheiden, haar eigen brood. Daarvoor werkt ze het maximum dat ze aankan, vier dagen per week en reist ze met het openbaar vervoer door het land.

Het redderen van dit leven kost de inzet en de energie als voor het organiseren van een multinational. Denk aan de systemen en alle extra handelingen die een blinde moet bedenken en verrichten om de klussen van alledag te doen. Spullen pakken, vinden en opbergen. Koken, afwassen, wassen, strijken, boodschappen doen, schoonmaken. Voor de som van persoonlijk en huishoudelijk onderhoud komt de vrouw handen, capaciteit en geld te kort. Zij is, hoe onafhankelijk ook, altijd afhankelijk van hulp.

De ouders van deze vrouw, zelf intussen bij de leeftijd van gebreken aangeland, vertellen hoe zij partij blijven in de organisatie van hun dochters leven. Zij rijden honderden kilometers per week voor allerlei hand- en spandiensten. Behalve de ouders ondersteunen gemiddeld twee à drie vrijwilligers met hulp bij boodschappen doen en hulp bij tuinonderhoud. Het verloop van vrijwilligers kost regelmatig extra gedoe van zoeken, reorganiseren en wennen.

Het huis schoonmaken blijft in de setting van deze blinde vrouw een onoverkomelijke klus. ‘Mijn dochter kan niet in de hoeken stofzuigen,’ zegt de vader, ‘om over de rest maar te zwijgen. Als de kat overgeeft en mijn dochter loopt er doorheen stinkt het hele huis tot de hulp komt.’

Ik mocht, en u lezer mag het nu ook, raden hoeveel hulp deze vrouw binnen de sociale regels van de Staat, krijgt. Dat is zegge en schrijve: twee uur per twee weken. Dat is wat wij medeburgers, want wij zijn de Staat, voor zo’n leven vol struikelblokken overhebben.

Ik reken het bedrag niet voor want iedereen kan met het minimumloon uitrekenen hoe schamel het sommetje is.

Zo beschamend schamel vullen wij de ‘verbinding’ tussen mensen in. Hoe anders doen we dat naar de twee personen die symbool staan voor ‘onze nationale verbondenheid’; alleen al voor een paleis trekken we 60 miljoen uit de collectieve portemonnee.

Ik weet dat het een goedkope vergelijking is. Maar de vergelijking kan niet lomp genoeg zijn om duidelijk te maken dat sociale verbinding meer vraagt dan gemakzuchtige, verblinde, participatiesprookjes, met de wreedheid die sprookjes eigen is. Het gesprek daarover is in schijndemocratie afgesloten. Ik vraag me af of dat gesprek nog ooit wordt opengebroken.

‘Hoe doet ze dat met strijken’, vroeg ik onnozel aan de vader van de blinde vrouw. ‘Dat weet ik niet’, antwoordde hij. ‘Dat wil ik ook niet weten. Dat durf ik niet te weten. Daar durf ik niet over na te denken.’

En daarom zijn wij nog niet klaar met de huidige participatie-verblinding.

Advertenties

2 reacties on “Participatie-verblinding”

  1. basstarter schreef:

    voor al dat spul dat jannen met de pet hebben is gevochten en vaak ook letterlijk gevochten. Er zijn doden voor gevallen. Zo veel heeft dat gekost. En het is tegenwoordig een scheldwoord maar dat hebben we toch maar mooi te danken aan de rooien en aan de arbeidersbeweging. Verwend zijn we echter ook wel en als het wat minder moet dan is het al snel kommer en kwel. Maar inderdaad, het minder komt wel vaak terecht bij degene die al een reden heeft om hulp nodig te hebben. Dat is niet eerlijk.

    Like

  2. thrammy schreef:

    Of iemand de hulp krijgt die hij of zij nodig heeft, is meestal afhankelijk van willekeur, het wonen in een bepaalde gemeente of het hebben van een gewiekste ‘adviseur’ die het voor hem of haar regelt. Willekeur dus.

    Like


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s