‘Kwaadschiks’ zonder verlossing


‘Kwaadschiks’ van A.F.Th. van der Heijden is een grote roman. ‘Kwaadschiks’ is ook een dik boek; 1280 pagina’s om precies te zijn. Maar de roman telt geen bladzijde te veel.
Mulisch schijnt Van der Heijden, als de pers over te lijvige romans zeurde, wel eens getroost te hebben met Voltaires uitspraak: ‘Kwantiteit is ook een kwaliteit’.
Dat adagium past ‘Kwaadschiks’ als een handschoen. Juist de kwantiteit doet recht aan de oneindige hersenspinsels van hoofdpersoon Nico Dorlas. Want Dorlas, zo welsprekend en sneldenkend als hij is, werpt al zijn agressie, zijn stemmingswisselingen veroorzaakt door apneu en zijn beneveling door drank en coke in luidruchtige woordenstromen van dreigen, klagen en dwingen.
Nico Dorlas, art-director op een reclamebureau, is een destructief karakter. Men noemt hem theatraal en narcistisch. Hij drinkt en snuift buitensporig. En vooral is hij gewelddadig, niet vies van aanranding en verkrachting. Met zijn vriendin Desy deelt hij een geschiedenis van huiselijk geweld.
‘Kwaadschiks’ verhaalt Dorlas’ ondergang. Die catastrofe speelt zich af in één etmaal. Daarmee roept de roman de associatie op met Ulysses van James Joyce. Sommigen willen die associatie niet aan omdat zij in ‘Kwaadschiks’ het beperkte portret van een psychopaat zien. Maar volgens mij kan men de roman beleven als een méérdimensionaal verhaal; de tragedie van een mislukt leven. Dorlas denkt het zelf: ‘Eerder dan verwacht, vandaag namelijk ruimschoots voor zijn vijftigste, was de mislukking een feit’. In het verlengde daarvan, kan men het verhaal zien als een groteske uitvergroting van menselijke mislukking, een universele betekenis die past bij de concentratie van het verhaal in de beperkte tijdslimiet.
Het brandpunt van Nico’s ondergang is de drang om zijn geliefde te onderwerpen. Uitgerekend hij, de ontwerper van de campagne ‘Losse handen aangelijnd’ tegen huiselijk geweld, wil overspelige vriendin Desy ‘terug naar het nest dwingen’. Goedschiks of kwaadschiks is het dilemma. Maar in zijn brandende jaloezie komt Dorlas niet aan het dilemma toe. Hij neemt de eerste en beste kwade beslissing. Hij wil de perfecte liefdesdood organiseren voor Desy en hem. Desy zal de zijne zijn in de eeuwigheid van de dood.
De strijd om Desy speelt zich af in het hoofd van Dorlas, volgegoten met wodka, volgesnoven met coke, verschanst in Desy’s huis. Dorlas is binnen. Weg van het gevaarlijke buiten.
Buiten, beschonken en zonder rijbewijs, is hij prooi voor de politie, wordt hij achtervolgd door vijandige Suzuki’s, schiet hij per ongeluk een vrouw neer.
Maar buiten ook spelen de verwikkelingen van alle belangrijke personen in zijn leven. Zij brengen Dorlas’ leven in kaart via het heden van deze oordeelsdag en via het verleden wat daaraan vooraf ging.
In dat buiten ontmoeten we Desy, haar ouders, haar broer, haar zoon Hemmo, haar minnaar Mink Biloen, Quispel de advocaat van Dorlas en zijn vriend Albert Egberts, Staf de kastelein van het stamcafé, Sonja Valk tv ster en vroegere vriendin, Battjes van het reclamebureau en de politiemensen op verschillende posten en onderweg.
Op de achtergrond ligt vader Dorlas te sterven en roept Hetty, Nico’s stiefmoeder, Nico dreinerig op om afscheid te komen nemen van zijn vader. Vader en Hetty zijn wonden in Nico’s ziel. De vader is de bron van verlatingsangst en verraad en Hetty heeft de opgroeiende jongen onbewogen platvloers ontmaagd en misbruikt.
In zijn verschansing verstrikt Dorlas in een absurdistische klem; buiten ligt de onherkenbare neergeschoten vrouw en hij probeert zijn (ongeweten afwezige) stiefzoon te gijzelen om hem te kunnen ruilen tegen Desy. Hij raakt bevangen van de paniek over wie hij heeft neergeschoten en van zijn verlangen naar het Stilteparadijs, de eeuwige stilte van verlossing.
Het verhaal eindigt met Dorlas’ arrestatie. Eindelijk dringt het door dat niet Sonja en niet Desy zijn slachtoffer is maar de aardige, onschuldige politieagente met wie hij die ochtend heeft staan bakkeleien over zijn roekeloos dronken rijgedrag en ingenomen rijbewijs. En dan nemen de agenten in verhoor de luidruchtige woordenstroom van Dorlas over. Dorlas kan niet meer kiezen voor de stilte van de dood met Desy, ook niet voor de stilte van zijn eigen dood. Hem rest zijn zwijgrecht; de stilte van het zwijgen in het leven.
A.F.Th. voegt aan het verhaal een feelgood-epiloog toe; misschien om het kwaad te sussen opdat de lezer rustig kan slapen.
Ik had dat comfortabele gevoel niet nodig. Er zit genoeg literair welbehagen in de roman; intrigerende verbindingen, vondsten, allusies, metaforen, neologismen.
Een sprekende verbinding is die tussen vader Dorlas als reiziger in stofzuigers en het levensreddende CPAP-apparaat van Nico dat een afleiding is van een stofzuiger. Zo staat vader Dorlas voor twee keer leven geven en twee keer het leven vernietigen: één keer door vaderlijk verraad en één keer door de ontploffing van het ademapparaat.
Dan zijn er prachtige vondsten in woord, idee en beeld: de ruziezoekertjes, de bodempjesprocedure, de crimiclown, het Onherstelbaar Verbeterd Leven, de Zijderoute, de schreeuw van Munch uitgebeeld met brandgaatjes in een plastic koffiebekertje. Her en der uitgestrooid vind je de verwijzingen naar Arthur Miller, Shakespeare, een mooi couplet van Bloem en de prachtigste strofe van Dylan Thomas. Frank Lammers en Pierre Bokma lopen als vertrouwde buren door het verhaal.
Vertrouwdheid ja. In dit deel zes van ‘De tandeloze tijd’ komen we de bekende thema’s tegen zoals leven in de breedte, de daad overdoen, verlatingsangst, sexueel lijden, beeldende erotiek en de allesverslindende alcoholtirannie.
Met deze rijkdom blijft het goed toeven in Van der Heijdens verhalen zelfs al richt hij zijn blik op een zwart geblakerde ziel die niet eens zijn bewustzijn mag verliezen in de stilte van de eeuwigheid. Van der Heijden gunt ook een antiheld zijn tragiek. Daarvoor krabt hij net even hoger het behang weg of graaft hij de aarde net wat dieper uit.

In een dagboekaantekening van A.F.Th. van der Heijden en nu ook in ‘Kwaadschiks’ staat dat hij ooit gelezen heeft dat elk mens aan het einde van zijn leven dat leven noodzakelijk als mislukt beschouwt, wat voor valse tevredenheid hij ook in zijn laatste woorden zal proberen uit te drukken.
Misschien is ‘Kwaadschiks’ de paradoxale bezwering van die beklemmende angst.

Advertenties

2 reacties on “‘Kwaadschiks’ zonder verlossing”

  1. thrammy schreef:

    Kan nog niet meepraten over dit (weer) lijvige werk van A.F Th, moet het nog lezen. Maar jouw uitgebreide en doorwrochte blog maakt me wel benieuwd. Hier is een kenner, een liefhebber en een fan aan het woord, zoveel is duidelijk.

    Like


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s