Prelude op Stemvorken van A.F.Th.


Een nieuwe lente maar het nieuwe geluid dat Gorter ons toefluistert is een roman. Het is de roman Stemvorken van A.F.Th., vanaf 25 mei voor iedereen te lezen. De roman is het achtste deel in de romancyclus De tandeloze tijd. De uitgever kondigt de roman aan met een tipje geboortegeschiedenis: Stemvorken zou een erotische novelle worden maar groeide uit tot een roman over de liefde en over verval binnen de fabel van een lesbische liefdesgeschiedenis.
En een grote verrassing: in Stemvorken zijn personages uit Van der Heijdens tweede romancyclus binnengeslopen.

Ik ben zo gelukkig om een voorproefje van de roman te krijgen in de vorm van een bloemlezing fragmenten samengebracht als De stemvorkligging. Al in de eerste alinea scheept de schrijver me op met een paradox waarmee ik de liefde van Zwanet Vrouwdeunt en Corinne Suwijn zal moeten bezien. Is verliefd de verhevigde vorm van liefhebben als woorden als ‘verwassen’ en ‘verongelukken’ in hun voorvoegsel ‘ver’ juist neergang en ondergang aanduiden?

De roman zal het me tonen. Nu, in de fragmenten zie ik slechts de fel opvlammende verliefdheid tussen twee vrouwen: de vrouw van Albert Egberts en haar vriendin ooit geliefde van Albert en nu in scheiding met Hans Krop de vroege jeugdvriend van Albert. 
De liefde stijgt de twee vrouwen boven het hoofd. Waar gaan ze naar toe?Zullen ze opnieuw samen Albert als minnaar delen? Kiezen ze voor een soort ‘marriage à trois’; dus af en toe Albert in liefde dienen maar verder vooral elkaar? Of blijven ze in schuldgevoel met elkaar vrijen omdat die wroeging de liefde des te zaliger maakt?

Het idee driehoekshuwelijk kennen we. Het beheerst Kastanje a/d Zee, het zevende deel van De tandeloze tijd dat A.F.Th. ter gelegenheid van zijn vijfenzestigste verjaardag, bibliofiel, voor een beperkte groep lezers reserveerde. Het is zijn dierbare en lang gekoesterde verhaal, bedoeld als een erotische studie van liefdesjaloezie in al haar bizarre streken.
Ook indeze roman staan Albert en opschepperige, altijd rivaliserende, Hans tegenover elkaar, maar nu in de verovering van Marike de Swart. Albert ziet Marike, die hem ooit van zijn impotentie heeft verlost, als zijn praktisch onvervreemdbare, eeuwig gehechte geliefde. 
Albert is jaloers op iedereen die in haar buurt komt. Hij drijft Marike zelf in de armen van Hans Krop. En dan, om zijn verzengende jaloezie te vernietigen, dwingt Albert een soort ‘marriage à trois’ af in wat hij een ‘trojka’ noemt.

Zo hebben we met Kastanje a/d Zee en Stemvorken twee driehoeksvarianten: één van twee mannen en een vrouw, één van twee vrouwen en een man. Het is niet uitzonderlijk voor schrijver A.F.Th. van der Heijden. Het is ook geen modegril.

Integendeel zou ik zeggen. A.F.Th. is de vertolker van de liefde in alle soorten en maten, in alle verrukking en frustratie, in alle naïviteit en raffinement. In het oeuvre van Van der Heijden lopen we talloze personen tegen het lijf die op een eigen manier door de liefde gestempeld zijn, soms verwond, soms verheven. De schrijver beschermt en dient hen allemaal.
Misschien heeft A.F.Th. daarom een oneindig gamma van erotische beschrijvingen ontwikkeld. Voor hem bestaat geen nee, geen rem, geen afweer, geen perversie. De liefde, elke liefde, is vrij en gezegend en dat schildert hij lijfelijk, zintuiglijk; zo plat als het gaat, zo poëtisch als het voelt.

De fragmenten in De stemvorkligging laten geen twijfel bestaan aan de erotische vrijbrief en de erotische verbeeldingskracht van A.F.Th.
Het fenomeen stemvorkliggingis het sprekende voorbeeld. Corinne en Zwanet willen Albert stiekem uit hun liefdesvereniging weghouden. Corinne heeft de oplossing. De stemvorkligging. Die maakt een vrouwelijke paring mogelijk. Bovendien weerspreekt de stemvorkpositie de ‘zuignaptheorie’ van bijna ex-echtgenoot Hans die bewijzen moet dat vrouwen geslachtelijk niet voor elkaar geschapen zijn. 
In het geredder van de stemvorkpositie toont A.F.Th. zijn gevarieerde palet: het praktische gedoe, de prikkeling, de tederheid, de lust, maar ook de nerveuze spanning en humor. De extase ontlaadt zich in euforie en banaliteit; zelfs het vuil tussen de tenen is erotische heerlijkheid.
Primair staat de verheffing van deze lesbische liefde die de twee vrouwen beheerst. Zwanet verjaagt Albert van het sleutelgat. Corinne heeft zich van Hans en van zijn vrouwenhaat bevrijd; zij heeft poëzie van zijn goorheid gemaakt.

Hoe de geschiedenis zal verlopen na voltooiing, vertellen de fragmenten niet. Het is wachten op Stemvorken, op het grotere en veel grotere verhaal.
Het is ook wachten op de nieuwe stemmen die uit Homo duplex in Stemvorken binnendringen. Dat is spectaculair.

Het moet een scherpe proeve van meesterschap zijn om de plus- en minpool van de twee grote romancycli te verenigen.

Stemvorken is onmiskenbaar deel van De tandeloze tijd. Corinne, het nieuwe personage is de Venus van Mierlo die her en der in Alberts jeugd als mythe schittert. Ook Zwanet refereert aan Albert als de student die ‘in de breedte wilde leven’.

Tegelijkertijd is de cyclus al lang uitgegroeid boven de eertijds bedoelde trilogie over het ‘levensverhaal van Albert Egberts tot na zijn dertigste levensjaar’. 
De Albert uit Stemvorken zit in de meerstemmigheid die is gaan opklinken in verhalen uit een grotere buitenwereld. In die verhalen spelen Albert en zijn entourage soms geen rol en soms een bijrol. 

Interessant is dan dat de titel De tandeloze tijd overspoeld is door de nieuwe grote thema’s en door Albert die is opgestaan uit zijn junkbestaan. De tijd van heftig leven in de breedte om de dood af te weren is voorbij. De tijd, om in dromen, in onaanraakbaarheid, zelfs bewegingsloos in drugs te schuilen, is dus ook voorbij.
Wat mij betreft, heeft De tandeloze tijd tanden gekregen en die kunnen vernietigend scherp zijn als ik naar Kwaadschiks kijk. 

Ik vraag mij af of de verhalen uit de grote wereld, de bizarre rampen van de mensen waarin A.F.Th. zich verdiept, de tournure naar de tweede romancyclus Homo duplex hebben ingezet. 
Tussen De tandeloze tijd en Homo duplex ligt een scheidslijn als tussen twee uiterste polen.
De kant van De tandeloze tijd mythologiseert concrete lotgevallen van mensen; de andere kant toont vanuit een concreet gemaakte mythe de tragedie van de sterfelijke onderworpen mens. Ofwel: in Homo duplex verandert Van der Heijdens perspectief op de wisselwerking tussen werkelijkheid en mythe.
Ook verandert de onderstroom van de dood. Aan de kant van de (roman-)werkelijkheid wordt de in het leven opdringerige dood weggeduwd; aan de kant van de mythe wil de hoofdpersoon de dood te slim af zijn als in een middeleeuws exempel.
Homo duplex, bestaande uit deel 0 De Movo Tapes. Een carrière als ander (2003), enkele novellen en losse hoofdstukken, is m.i. een metamorfose in Van der Heijdens romankunst, in zijn universele zeggingskracht, in zijn vlucht naar hoge einders.

Ik voorzie een fantastische en wellicht absurde belevenis als stemmen uit Stemvorken met stemmen uit Homo duplex in gesprek gaan, als twee cycluswerelden elkaar ontmoeten.
Maar voor mij is het allerbelangrijkste dat de stemmen uit Homo duplex nog wezens van vlees en bloed zijn en dat zij hun levens ooit en ergens zullen voortzetten. 


2 reacties on “Prelude op Stemvorken van A.F.Th.”

  1. Eus Wijnhoven schreef:

    Ook ik ben vandaag verrast met een gesigneerd exemplaar van Stemvorkligging. Nu maar geduld uitoefenen tot 21 mei!

    Like


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s