Schrijversmoed

MoederlandSchrijversmoed is een bijzondere soort moed. De moed om zwart op wit vast te leggen wat kwetsend of beschamend is, heeft mij altijd met diep ontzag vervuld. Ik denk bijvoorbeeld recent aan Edouard Louis, klassiek aan Philip Roth en bijna vergeten heftig aan August Strindberg.
Onder schrijversmoed reken ik het uitbeelden van platvloerse, wreedaardige, bekrompen, kleinzielige gedragingen van mensen onder elkaar zonder de ‘eigen’ inbreng te verfraaien of weg te foezelen. Lees de rest van dit artikel »

Advertenties

Boos

‘Pollens’, wat ben je boos (……), reageerde een lezer op mijn kantelpuntje over die slepende, met miezerige ideeën geladen kabinetsformatie. Was ik boos? Niet dat het erg is om boos te zijn. Net zoals ik de hele dag moet lopen, trappen nemen, oefeningen doen, fietsen om mijn lijf aan de gang te houden, passeren bij mij wisselende gevoelens van blij, verdrietig, boos, angstig, om mijn emotionele systeem in vorm te houden.
Maar nee, ik was niet boos over dat formatie-getrekkebek; ik voelde me voor gek versleten.
De reactie frappeerde me echter omdat ik in die dagen verschillende keren wel heel, heel  boos was geweest.
Ik zal vertellen waarom. Ik zat een paar keer bij mijn zieke tante. Zij was met groot alarm naar het ziekenhuis gebracht. Ze werd met veel medicijnen tegen een vreemde ontsteking behandeld en moest definitief aan de zuurstof omdat haar zuurstof onverklaarbaar weglekt.
Mijn tante is 89 jaar. Haar man en broers en zussen zijn dood; een oudere schoonzus leeft nog. Zelf heeft ze geen kinderen en zo bestaat haar nabije familie uit 17 neven en nichten her en der op afstand verspreid.
Tante is de jongste zuster van mijn vader. Ze is net achttien jaar ouder dan ik.
Op mijn bureau stond altijd een klein fotootje van haar, vooral omdat het een aandoenlijke foto is van mijn twee oudere broers en mij. Maar het is tante die schittert. Zo’n twintig jaar oud. Met ouderwets Ava Gardner filmsterrenhaar. Ze draagt een jurk met mouwen tot de elleboog en een lakceintuur. De rok bestaat uit aangerimpelde stroken met garnering op de naden precies zoals de mode tien jaar later zou herhalen, toen ik in de zesde klas zat.
Ik zou willen weten waar we zijn op die foto. Bij haar thuis? Bij ons? Paste ze op ons? Ik zou ook de kleur van haar jurk willen weten. En van die van mij want ik heb een kunststukje van mijn moeder aan, effen banen op een motiefje en fijne biesjes.
In het ziekenhuis praten we niet over zulke dingen. De ooit sportieve, moderne, reislustige tante is afgetakeld en ontgoocheld.
Ze zit in een stoel met een rollator vol apparaten. Haar beide handen zijn rood ontstoken door een infuus. De verpleegster heeft haar plotseling gezwollen benen ingezwachteld.
Om de tien minuten lekken de tranen uit haar ogen. Ze zal naar huis moeten maar ze kan niet vooruit. Ze kan niks. Na drie stappen heeft ze het stervensbenauwd. Ze kan zichzelf nauwelijks verzorgen.
Eerst hebben ‘ze’ gezegd dat ze naar een verpleeghuis zou gaan. Daarna draaiden ‘ze’ om. Ze moet terug naar huis. De dokter zei het. Een aardige vrouw volgens mijn tante. Zij kan er niets aan doen. Het moet van hogerhand. Mijn tante richt onwillekeurig haar ogen naar boven alsof ze daar op de ons bekende wolk god de vader als hoogste instantie ziet dreigen.
‘Wie is hogerhand?’ vraag ik.
Tante kijkt me vernietigend aan. Zelf is ze nooit bang geweest van provoceren maar ik mag het niet doen.
‘Ik ben boos,’ zegt ze. ‘Ik heb altijd voor iedereen klaargestaan. Mijn hele leven jeugdwerk en vrijwilligerswerk gedaan.’
En dat is zo. Ik ben ook boos, zeg ik.
De rest slik ik in. Want hogerhand is voor mij de kiezer die Rutte vier jaar geleden zijn botte sanering heeft laten uitvoeren: weg met bejaardenhuizen, verzorgingshuizen en redelijke, bereikbare thuiszorg.
Ik mag het niet zeggen want tante vreest voor haar indicatie. Ze durft niet te zeuren tegen de ‘hogerhand’ die daarover beslist. Krijgt ze die indicatie wel? Komt die op tijd? En stel dat ze twintig, dertig, veertig kilometer weg moet van die paar mensen die ze nog kent?
‘Ik ben bang,’ zegt ze. Ze herhaalt en herhaalt het in verhalen over haar nachtmerries.
Dat maakt mij boos. Waarom kan onze staatshuishouding niet helpen om mensen fatsoenlijk naar hun eind te brengen? Waarom hoort dat niet gewoon tot de normale gang van samenleven. Wat bezielt ons om deze primitieve onverschilligheid te accepteren?
Die banale onbarmhartigheid maakte mij gloeiend boos.
Op zo’n dag hoorde ik het nieuws dat Willem Alexander en Maxima het bestgeklede paar van de wereld zijn.
Pollens, wat was ik blij.


Selectief geheugen, selectieve toekomst

Ik zie niks verheffends in die show die ons dagelijks leven aan het formeren is. Alles lijkt lachwekkend aan zo’n gelegenheids-debatingclub.
De dribbelende heren op het Binnenhof. Het geloop tussen stad en hei. De wisselende dresscode. De communicatie die primair bestaat uit het communiceren dat er niets gecommuniceerd kan worden en secundair uit zorgelijke blikken of een klaterende lach al naar gelang de persoon. Soms glippen er woorden tussendoor van meters maken en serieuze kansen zien.
Lees de rest van dit artikel »


Onsterfelijk

Dochter, kleinzoon, man en ik, gevieren deden we vijf dagen Barcelona. Ten eerste omdat ik kleinzoon Camp Nou beloofd had. Ten tweede omdat mijn vorige en enige bezoek door een acute hernia was gefrustreerd. Ik bleef rondlopen met het gemiste Picassomuseum en de verloren mediterrane blijmoedigheid in Barcelonese straten. Lees de rest van dit artikel »


Zomerhit

IMG_1770In de vorige zomer bedronk ik mij aan de vier ontzagwekkende Napolitaanse romans van Elena Ferrante. Dit jaar is ‘Lichte jaren’ (1990), van E.J. Howard mijn absolute zomerhit. Het boek is deel één van de vijfdelige Cazalet-kroniek. Deel twee verschijnt in oktober en ik verbijt mijn ongeduld.
Hilary Mantel prees Howards boek. Haar woord is net zo onfeilbaar als dat van de paus zeker omdat ik kort tevoren ‘De geest geven’ gelezen had, een even laconieke als gevoelige terugblik op haar jeugd, haar ziekte en haar groei als schrijver. Lees de rest van dit artikel »


Macronisme

Ik zie niks in Emmanuel Macron. Het staat niet mooi om dat te zeggen. De verse Franse president is immers van alle kanten bezongen als de briljante verlosser van het vastgelopen Frankrijk. Hij heeft Frankrijk uit de klauwen van Le Pen gered. En dan nog staat ie in Europa ridderlijk met Frau Merkel de Duits-Franse ruggegraat te rechten in ons aller belang.

Driewerf chapeau maar ik griezel een beetje van Macron. Ik zie niets waarachtigs. Ik zie een misdienaarsgezicht en een bankiersidentiteit in een verbloemende tegenstelling die mij wantrouwig maakt. Lees de rest van dit artikel »


James Baldwin Regained

Lezende mensen zouden hun memoires kunnen samenvatten aan de hand van hun geliefde boeken. Die boeken fungeren als steppingstones in hun ontwikkeling, hier en daar uitlopend in bredere sporen van (min of meer) complete oeuvres van één auteur.
Voor mij zou deze aanpak passen als een handschoen. Dat bedacht ik toen James Baldwin, de zwarte, homoseksuele schrijver geboren in Harlem, New York en gestorven in Zuid-Frankrijk (1924-1987) plotseling weer ‘springlevend’ op het toneel verscheen. Op mijn zeventiende begon ik met zijn eerste boek en daarna las ik boek na boek, alles wat hij schreef. Lees de rest van dit artikel »