Behandelingsdwang

Steeds vaker bekruipt mij een onbehagen over de taken die een democratische regering zou moeten uitvoeren voor het belastinggeld van haar burgers.
Het gaat dan over welke taken? Bijvoorbeeld: kan een regering 1,9 miljard (gederfd dividendcadeautje van Rutte) in private economische bedrijvigheid stoppen en bejaardenhuizen afdanken? Het gaat ook over invulling van taken. Bijvoorbeeld: de regering moet een deugdelijk rechtssysteem onderhouden en mag die regering dan de toegang tot die voorziening financieel bemoeilijken voor mensen met een smalle beurs?
Dat zijn politieke keuzes, zal men zeggen en precies daar zit mijn probleem. Want waar eindigt een politieke keuze en waar begint een morele verantwoordelijkheid?
In de afgelopen week werd mijn soort onbehagen weer eens expliciet op de proef gesteld.
Het brandpunt was het rapport ‘Praten naast pillen’ van de Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën (VGCt). Het rapport stelt dat 75.000 van de 100.000 Nederlandse patiënten met psychoses niet de zorg krijgen die ze nodig hebben.
Wie dit cijfer tot zich door laat dringen herinnert zich vast en zeker de achteloze opvatting van een VVD-minister, enkele jaren geleden. Psychische problemen moesten maar door familie en vrienden worden opgelost. Een beetje praten, zoals pleister erop, pijntje weg.
Ik mag niet zeggen dat die onverantwoordelijke opvatting wortel heeft geschoten. Ik kan wel zeggen, wat ik uit andere bronnen weet, dat er vele nauwelijks behandelde of onbehandelde psychotische mensen rondlopen. Deze mensen wonen thuis of op zichzelf. Soms zien we ze als de ‘verwarde’ mensen die mensen in hun omgeving de stuipen op het lijf jagen.
Tjibbe Joustra waarschuwde eerder voor dit gevaar. Hij sprak als Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). Hij bekritiseerde de ‘beroerde organisatie in de zorg’ voor deze patiënten.
Hij kent de werkelijkheid zoals die in schrijnende rapporten van politie-interventies te vinden is. Daarin wordt geboekstaafd wat stemmen in het hoofd, wanen, achtervolgingsgedachten, hallucinaties, nachtmerries, angsten, permanente achterdocht kunnen uitrichten en aanrichten.
Daar ligt ook de dreiging van geweld; mensen die zich in hun hoofd belaagd voelen, kunnen hun toevlucht nemen tot fysiek geweld. We kennen de slachtoffers van dit soort irrationeel geweld.
De patiënten zelf zijn de meest tragische slachtoffers. Mensen met psychotische stoornissen lopen voortdurend langs de afgrond van het bestaan. Gevangen in angst, waan, en wantrouwen, reageren ze, óf als verzet óf als verdediging, met apathie, depressie enerzijds, en met agressie, destructie anderzijds. Worden de stoornissen niet bestreden, dan kunnen zij, als in een langzame val van een dominostenenreeks, alles verliezen: hun baan, hun uitkering, hun familie, hun vrienden, hun huis, de bescherming van instanties. Zij verliezen hun leven.
Het rapport van VGCt gaat over dit lijden. Men stelt dat er niet behandeld wordt omdat er te weinig psychiaters zijn en omdat de wel beschikbare behandelaars geen winst denken te behalen door de complexe problemen van hun patiënten.
Dat laatste argument is wat eenzijdig. De verzekeraars met hun rigide afgrenzing van ziekteprofielen en hun kruidenierspolitiek in vergoeding zijn zeker betrokken in dit debacle.
De zwarte doos ligt op tafel. 75.000 Mensen met psychotische stoornissen worden niet gezien omdat wij er het geld niet voor uitgeven.
Wij kunnen ons niet verschuilen achter de grote smoes van onbehandelbaarheid. Dat zeggen de onderzoekers van het rapport. Zij stellen dat (een redelijk traject) psychotherapie en zorgvuldige medicatie wel degelijk de wanen, achterdocht en angst kunnen temperen. Menig patiënt zou de draad van het leven weer kunnen oppakken, zeggen zij.
In de boze stemmen rondom dit schandaal valt vaak het woord onrecht. Maar dat woord dekt de lading niet. Het onrecht van niet behandelen loopt bijna uit in een onrechtmatige daad. Men sluit mensen met een officieel erkende ziekte uit van de gezondheidszorg die voor elke burger geldt. Het is alsof je wegloopt na een verwoestend ongeluk.
Op dit punt val ik over de verantwoordelijkheid van de overheid. Die overheid draagt geen verantwoordelijkheid noch voor haar plicht noch voor haar falen. De gevolgen komen terecht bij de gedupeerden. Tenzij natuurlijk, wij de overheid voor de rechter dagen om de psychotische tobber die onder de brug beland is, schadeloos te stellen.
Dat zal ons niet lukken. Maar we kunnen de overheid wel dwingen tot handelen en behandelen in de zaak van 75.000 genegeerde psychotici. Behandelingsdwang op grond van verplichting aan de belastingbetaler.
Het geld is geen punt. Rutte heeft nog altijd die 1,9 miljard in zijn achterzak.

Advertenties

Dystopische reis

IMG_4568Ik moest even weg. In twee betekenissen: ik had elders iets te doen en ik vond het plezierig om even uit het gewone doen te zijn. Wat het laatste betreft had ik er schoon genoeg van om dat vaasje van Rutte vast te houden. Het ding was vies en plakkerig van de blaaskakerige aristocratie van Baudet en van de haat naar linkse opvattingen die niet meer willen dan publiek fatsoen voor gezamenlijk belastinggeld. Toen ene mevrouw Baarsma tot vier keer toe in een tv-programma uitriep, jongeren ga in hemelsnaam stemmen want er zijn zoveel ouderen, sloot ik de deur achter al dat primitivisme.
Ik houd van reizen. Reizen is interimtijd, losse, lege tijd tussen twee plaatsen. Je hoeft niets. Je kunt denken, zwijgen, lezen, muziek luisteren in een euforische wolk.
Ook in de auto lees ik (ik kan niet autorijden). Virginia Woolf ligt op de achterbank, een oude roman die ik nooit heb gelezen en haar essays waar ik me enorm op verheug.
Maar eerst, gebiedende wijs, moet ik ‘Opperduitsland’ van Alexander Schimmelbusch lezen.  Een sensatie, zegt men.
Schimmelbusch meldt zich met een nieuwe nachtmerrie in het politiek-maatschappelijke klimaat waarin het geld steeds dwingender de lotgevallen van de mensen dicteert. Hij schept een variant van Houellebecqs ‘Onderworpen’. In die roman lopen de Franse burgers door de zoete belofte van menslievendheid en sociaal gevoel in de val van islamitische dictatuur. Schimmelbusch leidt zijn aangesproken Duitsers met dezelfde stroop naar een financiële dictatuur.
Alexander Schimmelbusch (1975) werd in Oostenrijk geboren, groeide op in Duitsland en New York, studeerde economie en Duitse taal en literatuur in Washington. Hij werkte vijf jaar als consulent bij een investeringsbank in Londen. Nu is hij journalist en schrijver van vier romans.
Wat hij schrijft met ‘Opperduitsland’? Een roman? Een leerstuk? Een waarschuwing?
Ik wil het niet uitmaken. De hoofdpersoon Victor lijkt in geen geval een kwaadaardig mens  die de wereld bewust brutaal wil vernielen.
Victor is zakenbankier, gespecialiseerd in fusies en overnames. Hij kijkt neer op zijn baan in de investeringsbank waarvan hij mede-eigenaar is. Met negenendertig jaar, de pensioengerechtige leeftijd in het roofkapitalisme, hoeft hij immers niet te werken.  Hij is multimiljonair en bezit 102 huizen in Berlijn als pensioenpot.
Ondanks zijn blijvend succes sukkelt Victors stemming tussen verbittering, cynisme en onbestemdheid. Hij voelt zich al zijn leven lang in een overgangsfase. Hij geniet nergens van. Zo vindt hij zijn Porsche, zijn glazen villa en zelfs zijn dure wijn pijnlijk; hij beleeft nauwelijks genot met maitresse Maia; voelt zich opgelaten met zijn masseuse en weet op de achtergrond zijn ex die hem via zijn dochtertje bevoogdend en minachtend toespreekt.
Alleen met zesjarige Victoria is Victor gelukkig en op zijn gemak. Hij ziet haar eens in de twee weken en zij windt hem als een volwassen verleidster om haar vinger.
Meer echt leven zit er niet in Victor. Misschien als hij precicieus een hip gerechtje bereidt. Maar verder voelt hij zich leeg zoals er ook op de markt van fusies en overnames na de eerdere hausse een leegte is ontstaan.

De wending in het verhaal komt voort uit die leegte op de markt en uit de belabberde maatschappelijk-politieke situatie van Duitsland. Het neo-liberalisme heeft een oligarchie gevormd en gewone mensen krijgen geen kansen meer. De concentratie van privé-vermogens leidt tot absurdistische overschotten die in pronk opgaan en niet voor een internationale Duitse economie werken. Dat zet hem aan het denken. Hij schrijft, achteloos als in een opwelling, een fles wijn bij de hand, een plan.
Dit plan wil een ‘obsessief ik’ veranderen in een ‘vastberaden wij’ om de heerschappij te veroveren in de economische strijd met de Chinese, Amerikaanse en Arabische grootmachten.  In dat plan mag niemand méér bezitten dan 25 miljoen, de rest moet ingeleverd worden voor het grootste staatsinvesteringsfonds ter wereld, GINA. Dit fonds wordt het programma van de op te richten beweging Duitsland AG, die vervolgens de politieke leiding van het land op zich moet nemen.

Daar ligt het plan. Victor doet er niets mee. Beurs van het rijkeluisleven, probeert hij aan de leegte te onsnappen door een roman te schrijven. Zijn uitgever wil er niks mee.
Intussen gaat zijn vriend Ali, parlementslid voor de Grünen met Victors plan aan de haal. Hij treedt uit zijn partij en sticht de partij Deutschland AG. Hij gaat GINA uitvoeren, een ondernemersregering vormen onder absolute vlag. Democratisch gekozen, dat wel ja. Verder wordt het zoiets als in ‘Iran’, zegt Ali.

Schimmelbusch ontregelt. Hoe kan het anders met een plan in managerstaal en abstracte zinnen in een gedepersonaliseerde stijl.
Schimmelbusch ontregelt met de strategie waardoor mensen onderworpen kunnen worden via waarheden die heel anders zijn dan ze suggereren te zijn.
Schimmelbusch schept de dystopie waarin geld de dictator is die we niet kunnen ontmaskeren en die we nooit kunnen verslaan.

Natuurlijk verhinderde Schimmelbusch noch een mooie reis, noch een mooie lente die zuidwaarts alsmaar groener werd.
IMG_4529Er bloeiden primula’s,bosanemonen, wilde orchideeën, de platanen stonden vol petieterig blad en Marseille glinsterde wit aan de blauwe zee onder een vernieuwde zon.

Maar dat geld ontregelt; dat kon ons niet ontgaan. In La Châtre hielden de gele hesjes toespraken op een kruispunt. In Avignon timmerden werklieden grote platen voor winkelpuien en toegangen van publieke

IMG_1059 gebouwen. In Dijon liepen de gele hesjes met duizenden over de grootste boulevard van de stad.
Eigenlijk is dat al burgeroorlog, zeiden wij: de één voor, de ander tegen. Om het geld. Om een functionele en betere verdeling ervan.
Als ik Schimmelbusch moet geloven, leren we dat nooit.


Proust hypnose

IMG_4345Nog steeds moet ik landen na het lezen van ‘Op zoek naar de verloren tijd’ (1913-1927). Ik heb mijn hele leesbare leven die mythische tijdsreis van Marcel Proust (1871-1922) willen maken en dat heb ik nu gedaan.
Ooit brak ik de roman na één boekdeel af. Vorig jaar begon ik opnieuw.
Daarom mocht ik in de afgelopen herfst eindelijk op bezoek in het huis van Tante Léonie in Illiers. Dáár begint de roman in het dorp dat Proust Combray noemde en vandaag de dag ter ere van hem Illiers-Combray heet. Lees de rest van dit artikel »


Liefdadigheidsklacht ofwel ode aan Juffrouw VL

Ik las een artikel in de Volkskrant en meteen stond, fris en frank, mijn vroegere lerares Engels voor ogen. Ik zou haar, in welk ondermaanse ze ook verblijft, een ode willen brengen. Niemand méér dan zij heeft mij aangestoken in de verrukking van literaire klassieken.
Maar mijn oude lerares, die ik natuurlijk zie in haar jonge versie, duikt niet op met haar grote liefde voor literatuur. Nee. Ze praat wel over Jane Austen, ze praat over fluwelen satire maar in de grond haalt ze uit naar liefdadigheid. Mijn lerares Engels heeft het beeld van de adellijke of rijke dame met het pannetje soep voor de armen in mij geplant als het archetype van valse liefdadigheid. Want, zei ze: de rijke klasse was ervan overtuigd dat God de armen geschapen had opdat de rijken goede werken konden doen en loge-balkon hemel kregen. Lees de rest van dit artikel »


Harrie achter de duinen

img_1044Alleen het theater al. Ik ben nog nooit in de Koninklijke Schouwburg van Den Haag geweest.
Misschien heeft Louis Couperus hier ooit naar het tonaal gekeken of zijn deerniswekkende Eline Vere. In elk geval schitteren er vervlogen tijden. Kijk naar boven naar de imposante kroonluchter aan het ovale, beschilderde plafond, kijk naar de loges met gouden guirlandes die de hoefijzervormige zaal omkransen en je fantasie gaat meteen aan het werk. Lees de rest van dit artikel »


Liefde, leugen, revolte in ‘Mooi doodliggen’

De nieuwste roman van A.F.Th. van der Heijden werd door uitgeverij Querido aangekondigd als een ‘actueel politiek memorandum’ en door enkele critici als ‘geëngageerd’ betiteld. Maar ik zie een andere positionering van de roman.
De roman ‘Mooi doodliggen’ beweegt zich op een emotioneel spoor. De drijfveer tot het verhaal steeg op uit persoonlijke rouw om de gestorven zoon die zich verbond met de rouw van vele mensen die bij de ramp MH17 hun dierbaren verloren.
Van der Heijden moest iets met deze ramp, zei hij. En hij wilde zijn zoon levend houden.
Als Orpheus wilde hij zijn Eurydice terughalen uit de onderwereld; wilde hij de goden met gezangen overhalen om de geliefde aan het leven terug te geven.
Zo schiep hij Natan Haandrikman, een jonge oorlogsfotograaf die zijn ouders verloren heeft in de gruwelramp MX17. In ‘President Tsaar op Obama Beach’ (2016, feuilleton NRC), gaat Haandrikman naar Oekraïne om de lichamen van zijn ouders terug te vinden en om de toedracht van de ramp te onderzoeken. Hij zal terugkeren in de grote tweedelige roman MX17 die zijn schrijver in petto heeft. Lees de rest van dit artikel »


Amir, een kerstverhaal

Ik lees Proust en wil over mijn verbazing vertellen. Ik onderbreek Proust voor Edouard Louis en wil mijn bewondering uitspreken voor zijn sociale moed. Ik onderbreek Proust voor ‘Mooi doodliggen’ van A.F.Th. en ontdek een interessante draad die ik wil lospeuteren.
Maar ik kom tot niets. Amir verschijnt. Amir vult mijn gedachten. Lees de rest van dit artikel »