Amir, een kerstverhaal

Ik lees Proust en wil over mijn verbazing vertellen. Ik onderbreek Proust voor Edouard Louis en wil mijn bewondering uitspreken voor zijn sociale moed. Ik onderbreek Proust voor ‘Mooi doodliggen’ van A.F.Th. en ontdek een interessante draad die ik wil lospeuteren.
Maar ik kom tot niets. Amir verschijnt. Amir vult mijn gedachten. Lees de rest van dit artikel »

Advertenties

Robijnen meesterschap

Op 18 november 1978 debuteerde A.F.Th. van der Heijden als Patrizio Canaponi met de verhalenbundel ‘Een gondel in de Herengracht’.
Veertig jaar hemelbestormend schrijverschap later staat er een vorstelijk oeuvre van zo’n drieënveertig titels op de plank. Bij mij dan.
De romans, novellen, essays, lezingen, brieven, schriftelijke interviews in boekvorm samen met interviews en artikelen uit tijdschriften en kranten vormen het materiele universum van mijn lezerschap. Ik lees A.F.Th. vanaf zijn begin. Zo A.F.Th. een robijnen schrijver is vandaag, ben ik een robijnen lezer. Lees de rest van dit artikel »


Kermismetafysica

Mijn oudste broer heeft de kou van eerste grijsheid uit de lucht gehaald. Hij gaf mij een zweefmolen cadeau die glinsterend van kleur en licht mijn kamer opvrolijkt.
IMG_4275De zweefmolen van veertig centimeter hoog, is gemaakt van  verstevigde nostalgische prentbriefkaarten en fel fluoriscerend karton. Mijn broer heeft op deze manier alle grote kermisattracties nagemaakt compleet met ingenieuze bewegingsmechanismen. Zelfs voor de geheimzinnige bewegingen van stijgen, dalen en draaien tegelijkertijd heeft hij een oplossing bedacht.
Dat is niks aparts, zegt broer twee. Wij benoemen elkaar tegenover buitenstaanders graag met een nummer omdat het numerieke stelsel beter onze verbindingen uitdrukt dan onze namen. Niks aparts dus, want onze oudste broer kan maken wat hij ziet, net zoals onze moeder dat kon. Lees de rest van dit artikel »


Vrouwenspiegel

Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven wil méér vrouwen in de Nederlandse geschiedeniscanon. Historica Els Kloek schreef een boek over 1001 opmerkelijke Nederlandse vrouwen uit de 20eeeuw.
Vrouwen staan in de aandacht en vragen elke dag opnieuw aandacht. Het lijkt symptomatisch voor iets groters. Een vrouwelijke voorhoede zet méér en méér de vrouw en haar belangen als een apart politiek streven op het maatschappelijke platform.
Het begint griezelig op vrouwelijke identiteitspolitiek te lijken. Griezelig omdat identiteitspolitiek uitgaat van slachtofferschap en eenzijdig, ondemocratisch voorbijloopt aan het algemene welzijn van alle mensen in een samenleving. Lees de rest van dit artikel »


Stiefmoedertaal

Al jarenlang proclameren opinieleiders dat wij ons mooie land, zijn imposante cultuur, zijn heroïsche geschiedenis moeten vereren en bestendigen.
Ik  denk daar zo het mijne van maar ik begrijp niet waarom onze taal, het Nederlands, niet tot deze mentale canon hoort. Als iets een land definieert, is het een taal; een taal maakt een volk en een volk maakt een taal. Lees de rest van dit artikel »


Oscars vloek

‘The Happy Prince’ draait in ons filmhuis voor het kleinste publiek ooit: drie kijkers. Een voordeel want je weet niet of je de ondergang van Oscar Wilde met droge ogen kunt aanzien. Ik niet tenminste.

Rupert Everett schreef en regisseerde de film en speelde de rol van Oscar Wilde. De verhaallijn loopt tussen het ontslag uit de gevangenis in Reading op 19 mei 1897 en Wildes dood op 30 november 1900 in Parijs, op 46-jarige leeftijd.
De hellevaart van drie jaren is ingeweven in Wildes eigen sprookje ‘The Happy Prince’ in een eenvoudige associatie. De gelukkige prins heeft een leven van geluk en plezier geleid en zag nooit de ellende van de mensen totdat hij, als gouden standbeeld teruggekeerd, hoog boven de stad alle lelijkheid, tegenslag en armoe van de mensen moet aanzien. In deze metamorfose ligt die van Oscar Wilde: de omkering van geluk en onwetendheid naar ongeluk en inzicht. Lees de rest van dit artikel »


De ontdekking van Clarice Lispector

IMG_4016 3Soms lees je iets wat je de adem beneemt, waarbij je letterlijk stokt in nieuwe woorden, in nieuwe zinnen, in nieuwe vertelsoorten. Dan kijk ik weg van het papier en zoek in de verte naar welke structuren, welke semantiek, welke syntaxis me door deze teksten kunnen gidsen. Het is alsof hart en hoofd door onbegrepen stuipen door elkaar worden geschud.
Ik lees Clarice Lispector (1920-1977).
Eind vorige eeuw verschenen Nederlandse vertalingen van haar verhalenbundel en een korte roman. Ik heb haar gemist toen, en zoals ik bemerk, velen met mij.
Nu denk ik, hoe was het mogelijk haar niet te ontdekken: deze schrijfster geboren in de Oekraïne uit joodse ouders die voor gruwelijke progroms wegvluchtten naar Brazilië met baby Clarice en haar twee zusjes? Lees de rest van dit artikel »